Reanimatieprocedures
De enige juiste manier van kunstmatige beademing is de methode »mond-op-neus-mond«. Voor toepassing van deze methode moet eerst het hoofd van de patiënt zo worden gepositioneerd dat de kin en de onderkaak zoveel mogelijk worden opgeheven (afb. 1, 1. deel). Verwijder vuiligheid (slib e.d.) en kunstgebitten (prothesen) uit de mond van de patiënt en let erop dat de tong niet naar achteren glijdt en de luchtwegen afsluit.
Kunstmatige beademing voeren we uit door zoveel mogelijk verse lucht in te ademen en in de mond-neus van de gewonde te »blazen« (afb. 1, 2. deel). Om infectie te vermijden, kunnen we een dunne zakdoek op de mond van de patiënt leggen. In de uitgeblazen lucht zit nog voldoende zuurstof voor de gewonde. Parallel met de kunstmatige beademing moet men in een rustig ritme de borstkas van de patiënt ter hoogte van het hart indrukken (erop letten dat de ribben niet breken!), zodat men door het uitpersen van bloed uit het hart de bloedsomloop ondersteunt. Wanneer we de borstkas loslaten, kan het hart zich opnieuw met bloed vullen en op deze manier bereiken we kunstmatige beademing en hartwerking. Dit moet worden voortgezet totdat de patiënt weer zelf begint te ademen en totdat zijn hart weer op gang komt (afb. 1, 3. deel), resp. totdat de arts arriveert.

AFBEELDING 1
Vergiftiging door niet-etsende stoffen ontstaat door het innemen van verkeerde of overmatige hoeveelheden medicijnen, paddenstoelen en voedingsmiddelen die zijn besmet met bacteriën uit de paratyfusgroep.
Als een dergelijke vergiftiging optreedt, moet eerst en vooral de maag en darmen van de patiënt worden geleegd. Vanuit een lege maag kan vloeistof binnen 10 m min. in de darmen terechtkomen, en vaste stoffen, afhankelijk van kwaliteit en hoeveelheid, binnen 1-6 uur. Als de patiënt bij bewustzijn is, moet hem onmiddellijk worden gegeven ongeveer twee eetlepels medicinale kool (verkrijgbaar in de apotheek; gemengd in een glas mineraalwater, mag ook gewoon water worden gebruikt). Daarna moet de patiënt worden aangezet tot braken (door de bovenwand van de keelholte met de steel van een lepel te kietelen). Ongeacht of het braken is gelukt, moet na 3-4 m minuten de patiënt opnieuw 2 eetlepels medicinale kool met water krijgen. In elk geval moet een arts worden gewaarschuwd, of de patiënt naar het ziekenhuis worden gebracht.
Vergiftiging door bijtende (caustische) stoffen. Vergiftiging kan ontstaan door twee soorten bijtende stoffen: door zuren en logen.
Bij logen (bijtende soda, soda, loogzout) wordt het slijmvlies in stukken losgemaakt op de lippen, op de tong, in de mond, in de slokdarm en in de maag; het uitvloeiende speeksel is gewoonlijk bloederig en voelt glibberig aan. De lippen en tong zwellen op, pijn in keel, slokdarm en maag, krampen en braken treden op. Aan een slachtoffer van loog moet water met citroen of azijn worden gegeven (1-2 eetlepels azijn in 5 dl water) of 3%-% boorwater, en daarna melk of 1-2 eetlepels tafel-, eetbare olie.
Tekenen van vergiftiging door zuren in de mond: aantasting en brandwonden van het slijmvlies (zwavelzuur veroorzaakt zwarte, zoutzuur witte en salpeterzuur gele brandwonden). Het uitvloeiende speeksel voelt ruw aan en heeft een zure smaak.
De patiënt heeft hevige buikpijn, krampen en braakt. Men moet hem melk, olie of eiwitten (eieren) geven, alles verdund met wat water. Daarna moet men hem 1-2 eetlepels (koffielepels) gebrande magnesium, verdund in een half glas water, geven zodat hij dit in kleine slokjes drinkt. Personen die door bijtende stoffen zijn vergiftigd, mag men strikt niet laten braken.
Belangrijk! als er bloed zit in wat de patiënt heeft overgegeven, is het verboden verder tot braken te prikkelen!
Eerste hulp bij een elektrische schok
De getroffene moet uit het elektrische circuit worden bevrijd. Indien mogelijk moet de elektrische leiding onmiddellijk van het stroomcircuit worden losgeschakeld met een schakelaar, door het verwijderen van de zekering, of door onderbreking van de leiding. De onderbreking mag alleen worden uitgevoerd met geïsoleerd gereedschap, bijvoorbeeld met een stukje droog hout, of in uiterste nood met een bijl met een droge steel, of met een tang met geïsoleerde handgreep.
In uitzonderlijke gevallen moet een kortsluiting worden gemaakt. De redder moet absoluut letten op de isolatie van zijn eigen handen en voeten en moet daarom op een plank zonder spijkers, op droge doeken of op een stoel gaan staan. Zijn hand moet hij beschermen bijvoorbeeld met de mouw van zijn jas, een droge zakdoek, rubberen of nylon handschoenen.
De hulpverlener moet onder de gewonde een isolerende onderlaag plaatsen, bijv. droge planken of houten gereedschap zonder metalen delen, droge doeken, PVC-platen. Het beste is als de gewonde zelf wegspringt en zich daarbij tegelijk losmaakt van het contact met de stroom, of als de hulpverlener de gewonde optilt nadat hij zichzelf eerst van de grond heeft geïsoleerd. De gewonde aanraken mogen we alleen als de isolatie onberispelijk is. De vingers van de gewonde moeten afzonderlijk en voorzichtig van het contact worden losgemaakt en tegelijk worden omwikkeld met een droge doek of andere stoffen.
Als de draad rond de gewonde is gewikkeld, moet de stroomdraad dan met geïsoleerde handen worden onderbroken en moet het uiteinde van de stroomdraad worden vastgezet zodat hij geen verdere ongelukken kan veroorzaken.
Redding moet uiteraard onmiddellijk en zonder voorbehoud worden begonnen; we mogen het slachtoffer niet zonder hulp achterlaten. Na het uitschakelen van de stroom moet de gewonde horizontaal worden gelegd, zijn kleding moet worden losgemaakt en van het bovenlichaam volledig worden verwijderd, en men moet voor licht en schone lucht zorgen. Het hoofd van de gewonde mag niet hangen, maar moet iets worden opgetild en ondersteund onder het hoofd (bijv. een opgevouwen jas).
Als de gewonde bewusteloos is, moet men absoluut proberen hem te reanimeren.
Men moet intussen de mond en neusgaten van de gewonde onderzoeken om te zien of ze lucht kunnen doorlaten. Speeksel, etensresten en gebitsprothesen moeten worden verwijderd. Het is verboden vloeistof in de mond te gieten. Als de gewonde niet ademt, moet onmiddellijk kunstmatige beademing worden toegepast. De reanimatie kan worden ondersteund door het borstelen van de voetzolen, een klysma of het afwisselend overgieten van borst en buik met warm respectievelijk koud water, maar daarbij mag de kunstmatige beademing niet worden onderbroken. Als het slachtoffer weer bij bewustzijn komt, moeten wij hem blijven verzorgen en mogen wij hem niet alleen laten. Men moet hem een warme drank geven (koffie, thee, alcohol e.d.), maar hij moet in halfzittende houding blijven.
Volgens de ervaring kunnen lichte en lokale verwondingen tijdelijk buiten beschouwing worden gelaten (later moet medische hulp worden verleend), alleen gewonde personen die bloeden moeten onmiddellijk medische hulp krijgen.
Vuil, splinters, stofdeeltjes. Stof, vuil of een insect kunnen we uit het oog verwijderen door het onderooglid naar beneden te trekken en het met schoon gaas of een zakdoek af te vegen. Als het voorwerp onder het bovenooglid zit, moet men het bovenooglid in het midden vastpakken en naar voren over het onderooglid trekken, zodat de wimpers het binnenoppervlak van het bovenooglid raken. Als het vreemde voorwerp op deze manier niet kan worden verwijderd, moet men niet verder proberen, maar het gewonde oog verbinden en medische hulp zoeken.
We moeten proberen een vreemd voorwerp dat in het neusgat is terechtgekomen te verwijderen door het andere neusgat dicht te houden en krachtig door de neus te blazen. Als dit niet lukt, moet medische hulp worden ingeroepen.
Het verwijderen van vreemde voorwerpen die in het oor zijn terechtgekomen, moet aan een arts worden overgelaten, omdat we bij een poging tot verwijdering het trommelvlies kunnen beschadigen. Als er een insect in het oor is gekomen, moet men een eetlepel (kleine) olie, gesmolten boter of water in het oor gieten (in liggende houding) en 10-15 minuten laten zitten.
Een vreemd voorwerp dat in de luchtpijp is terechtgekomen, proberen we zo te verwijderen door de gewonde diep te laten inademen en hem langzaam op de rug tussen de schouderbladen te slaan. Als het voorwerp dat in de luchtpijp vastzit niet scherp is, moet de gewonde water krijgen, en daarna broodkruim (meču) en papachtige gerechten. In dergelijke gevallen is het verboden schoonmaakmiddelen te geven. Medisch toezicht is noodzakelijk.
Een doorn die onder de nagel terecht is gekomen, mogen wij alleen proberen te verwijderen als het uitstekende deel lang genoeg is om met een pincet of een zakdoek vast te pakken. Als het verwijderen is gelukt, moet men de wond even laten bloeden en haar vervolgens met jodium insmeren en verbinden.
Vervoer van de gewonde
Het afvoeren van de gewonde is geen gemakkelijke taak; daarvoor zijn deskundigheid, voorzichtigheid en voldoende lichamelijke kracht nodig. Onvakkundig vervoeren van de gewonde vergroot de pijn en verergert de toestand.
Allereerst moet worden vastgesteld of de patiënt in zodanige toestand verkeert dat hij kan worden vervoerd; dat kan alleen wanneer hem, volgens de regels van de eerste hulp, hulp is verleend. Vóór het vervoer moet het bloeden worden verminderd, de wond moet worden verbonden en de gebroken ledematen moeten worden geïmmobiliseerd.
Als de weg naar het ziekenhuis langer is, moet de gewonde, indien mogelijk, worden opgefrist met thee of koffie. Het geven van alcohol (cognac e.d.) moet worden vermeden. Tijdens het vervoer moet de gewonde voortdurend worden bewaakt en gecontroleerd, en als het verband of de immobilisatieband losraakt, moet dit onmiddellijk worden hersteld. Als er bewustzijnsverlies of verzwakking van de hartwerking optreedt, moeten passende reanimatiemethoden worden toegepast.
De wijze van vervoer hangt altijd af van het soort letsel en van het aantal hulpverleners, evenals van het type beschikbare transportmiddelen.
Het optillen en vastpakken van de patiënt moet doordacht, rustig en beheerst gebeuren. Elke rukbeweging moet worden vermeden. De kleding van de gewonde mag niet gekreukt zijn, en wanneer we hem optillen, moeten we hem optillen aan de zijde waar hij niet gewond is.
Verzending zonder hulpmiddelen
Alleen evacuatie met één hulpverlener. Als de gewonde kan lopen, moet de hulpverlener hem van achteren ondersteunen en zo helpen. Als hij niet kan lopen, of buiten bewustzijn is, moet hij zo worden afgevoerd dat de hulpverlener naast hem knielt, één arm onder de oksel steekt en met de andere hem onder de knie vastpakt, hem optilt en wegdraagt.
Vervoer met twee redders. Een gewonde die kan lopen moet aan beide zijden worden ondersteund. Als hij niet kan lopen maar bij bewustzijn is, moet hij zich vasthouden aan de redders die hem dragen. Een gewonde in bewusteloze toestand moet worden vervoerd doordat de sterkere redder hem onder de oksels vastpakt en de armen over de borst samenbrengt, terwijl de andere zich tussen de benen van de gewonde plaatst en hem onder de knieën ondersteunt. Zij moeten hem gelijktijdig optillen en dragen.
Afvoer met hulpmiddelen
Vervoer op een brancard. De gewonde moet voorzichtig in liggende houding op de brancard worden gelegd. Hiervoor zijn twee personen nodig, en bij een breuk van de onderste ledematen drie personen. De redders moeten aan één zijde van de gewonde staan, hem gelijktijdig optillen en op de brancard plaatsen.
Het optillen, in beweging brengen, stoppen en neerlaten van de brancard moeten door alle redders gelijktijdig worden uitgevoerd, maar zij mogen niet gelijktijdig stappen, omdat dit schokken van de brancard zou veroorzaken. Als de patiënt over een langere afstand moet worden vervoerd, is het goed aan beide zijden van de brancard een band vast te maken die de redders over de schouders kunnen leggen.
Vervoer van gewonden met hulpmiddelen. Als we geen brancard bij de hand hebben, kunnen we door improvisatie een draagmiddel maken. Indien nodig kunnen we de gewonde op een ladder, op losgenomen deurvleugels, op een tafel leggen en zo vervoeren. Datzelfde kunnen we doen met een deken of een tentzeil. Hulpmatige brancards kunnen we ook maken van twee zakken van gelijke breedte, door via de onderranden twee latten van passende lengte te steken. Bij gebrek aan een brancard kan een bewuste patiënt ook op een stoel worden gedragen. De redders moeten zich aan beide zijden van de patiënt opstellen, het onderste deel en de rugleuning van de stoel vastpakken en zo dragen.
Inhoud van de door ons aanbevolen EHBO-doos:
Verbandpakket, middelgroot
st. 2
Pakket bandage, groot
st. 2
Verband, 10 х 5 m
st. 2
Steriel gaas 1/2 m
st. 2
Watte, 25 g
pakket 2
Plat gaasverband gesneden 6 x 6 cm
van pakket 1
Bloedstelpverband
van pakket 1
Hanzaplast, 4 cm x 1 m
van pakket 1
Schaar
st. 1
Schaarbeschermer van canvaszak
st. 1
Jodiumampullen
st. 12
Amoniumkrop
st. 3
Notitieboekje (40 vellen)
st. 1
Handleiding voor eerste hulp
st. 1