Eengezinswoning
Aanvangsmoeilijkheden van de bouw
Wie in kleinere bouwwerkzaamheden al voldoende ervaring heeft opgedaan als doe-het-zelver in huis, zal gemakkelijker kunnen beginnen aan de bouw van een eengezinswoning of een appartement. Hier wordt niet bedoeld dat hij zelf de bouw uitvoert, want dat is werk waarvoor bepaalde specialisten nodig zijn. Het is echter zeker goed dat ook de >>opdrachtgever<< van deze werkzaamheden op de hoogte is en dat hij zich bij eenvoudigere zaken ook zelf, en eventueel ook leden van zijn gezin of vrienden, ermee bezighoudt. Hier zal juist worden gesproken over deelname aan »grote« bouwwerken, d.w.z. over de voorbereiding van de bouw.
Voor de bouw moet eerst de grond worden veiliggesteld. Het is niet voldoende om vóór de aankoop de grond alleen maar te »bekijken«. Om de beste omstandigheden voor het toekomstige gebouw te waarborgen, is het nodig informatie in te winnen over verschillende zaken die met het perceel verband houden. Het wordt aanbevolen om vóór de aankoop een deskundige te raadplegen. De ligging van het perceel, het reliëf, de helling, de samenstelling en het karakter van het terrein, de terreinomstandigheden, de windrichtingen, de afmetingen en vorm van het perceel, de aanwezige begroeiing op het perceel, de ligging en staat van toegangswegen en nutsvoorzieningen zijn zeer belangrijke factoren en hebben een wezenlijke invloed op het ontwerp en de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. (Bijv. een hoge grondwaterstand zal extra waterdichtingswerken vereisen, of op rotsachtige bodem zijn de werkzaamheden voor de aanleg van funderingen moeilijker.) Door deze factoren te beoordelen kan blijken dat een »goedkopere« grond in feite »duurder« is.
Voor de aankoop moet ook de „juridische status“ van het perceel worden onderzocht. In de kadastrale registers moet worden gecontroleerd of het perceel werkelijk vrij is voor verkoop en niet toevallig bezwaard is met schulden, hypotheek enz. Mogelijk bestaan er bijzondere voorschriften met betrekking tot het perceel, zoals bijvoorbeeld het recht, respectievelijk de verplichting, om doorgang te verlenen aan andere gebruikers, water- of leidingdoorgang, onteigening, wegenaanleg of andere voorwaarden (afb. 1). Na inzage in de kadastrale registers moeten we ons wenden tot het bevoegde gemeentelijke orgaan om informatie te verkrijgen over de bouwmogelijkheden op het perceel. Daar zullen we te weten komen welk gebouw we mogen, respectievelijk moeten, oprichten op die plaats (gelijkvloers, verdiepingen enz.), of er überhaupt gebouwd mag worden, en wat de stedenbouwkundige toekomstplannen van de omgeving zijn (waar een kleuterschool, kinderdagverblijf, winkels enz. zullen worden gebouwd). Als de resultaten van het gedetailleerde bodemonderzoek gunstig zijn en de stand van zaken in de kadastrale registers in orde is, en ook het oordeel van het bevoegde bouworgaan voor ons gunstig is, d.w.z. als er geen beperkende factoren of feiten zijn die de bouwkosten zouden verhogen, kunnen we het perceel kopen met inachtneming van de voorschriften voor aankoop en overschrijving van het perceel. Dergelijke gedetailleerde voorafgaande informatie zal ons behoeden voor latere teleurstellingen en onnodige kosten, en misschien zelfs voor het volledig mislukken van het bouwplan.

AFBEELDING 1
Na de aankoop van het terrein is een bouwvergunning vereist. Het doel van deze vergunning is dat de bouw van het gebouw in overeenstemming met de geldende voorschriften wordt uitgevoerd en dat de eigenaar die recht heeft op bouwen dit zo uitvoert dat de belangen van de aangrenzende eigenaren en de gemeenschap niet worden geschaad. Wie bouwt zonder de voorgeschreven bouwvergunning, ondeskundig, moet ermee rekenen dat zijn gebouw op zijn kosten gedwongen wordt afgebroken.
Bij de aanvraag voor een bouwvergunning moet ook een uittreksel uit het kadaster worden gevoegd als bewijs dat de aanvrager volledig eigenaar van het perceel is. Tevens is het nodig een situatietekening van het perceel en het bouwplan (situatie en details) met technische beschrijving te verkrijgen. Het is raadzaam om bij het bevoegde orgaan ook informatie in te winnen over de voorwaarden van het project (schaal, aantal exemplaren enz.) wanneer we informatie over het perceel verzamelen. Ongeschikte ontwerpen vormen vaak een ernstig probleem. Ontwerpen mogen uitsluitend worden opgesteld door daarvoor bevoegde instellingen, respectievelijk personen. Het is niet onze bedoeling om toekomstige »investeerders« te beïnvloeden, maar we wijzen erop dat bij grotere ontwerpbureaus kant-en-klare standaardontwerpen verkrijgbaar zijn, die relatief goedkoop, modern en economisch zijn, in meerdere varianten uitgewerkt, zodat zij aan uiteenlopende eisen kunnen voldoen. Op basis van deze ontwerpen kunnen gemakkelijker bouwvergunningen worden verkregen die over een meetstaat en kostenraming beschikken.
Bij de bouw van zijn eigen huis heeft ieder mens zijn eigen ideeën. Die ideeën kunnen juist en realistisch zijn, maar veel van die ideeën zijn onrealistisch, omdat ze onuitvoerbaar, oneconomisch en onmodern zijn, en vaak ook van slechte smaak. De ontwerper moet zich bij het opstellen van het project houden aan bepaalde federale voorschriften, normen en ontwerpeisen (bijv. de toegang tot het toilet mag niet vanuit de keuken zijn, de minimale kameroppervlakte is voorgeschreven, de minimale hoogte van binnenruimten, de ligging van ruimten, bekledingen, raamoppervlakken enz. kunnen niet naar wens worden gekozen), maar moet tegelijk ook voldoen aan de eisen van de individuele opdrachtgever, resp. eigenaar. Men dient doelmatige en economische voorstellen van de ontwerper te waarderen met betrekking tot het gebruik van standaardelementen (balken, deuren, ramen enz.).
De belangen en aspecten van individuen kunnen het best tot uiting komen bij de keuze en vormgeving van de gevel, de indeling van de ruimten, het verwarmingssysteem, terrassen, kelders, bijgebouwen enz. Wij vestigen de aandacht erop dat de bevoegde instantie geen bouwvergunning zal afgeven op basis van ondeskundige en oneconomische projecten die niet in overeenstemming zijn met de bouwvoorschriften voor woningbouw, juist vanwege de belangen van de investeerder.
Wanneer we de bouwvergunning hebben verkregen, moeten we ons zorgvuldig voorbereiden op de bouw. Een goede voorbereiding zal ons later onnodig werk besparen. Parallel aan de procedure voor het verkrijgen van de bouwvergunning moet iemand de opmeting en kostenraming opstellen. Op basis van de opmeting en kostenraming kunnen we de benodigde hoeveelheid bouwmateriaal bepalen (waarbij ook rekening wordt gehouden met het nodige verlies). Deze documenten zijn ook nodig voor het verkrijgen van een bouwlening. Als we ook de benodigde lening (of contanten voor de start van de bouw) hebben verkregen, volgt de aanschaf van bouwmateriaal.
Het materiaal koopt u het best bij een handelsbedrijf. Er bestaat ook de mogelijkheid om reeds gebruikt materiaal aan te schaffen - wat aanzienlijk goedkoper is - maar hierover moet men zeker overleggen (en samen kopen) met een specialist. Vervuilde stenen met mortel zullen later problemen geven bij het metselen en pleisteren, omdat zij de pleister en verf zullen „doordrukken”. In houten balken, parketvloeren en plankenvloeren kunnen schimmels en insecten schuilgaan, die na één à twee jaar enorme schade kunnen veroorzaken. Voor sommige dakpannen is een dubbele hoeveelheid tengels nodig, zodat goedkope dakbedekking later duurder kan uitvallen. Evenzo verdraagt zachte, gebruikte kalksteen geen vorst, zodat we die niet kunnen gebruiken voor metselwerk en funderingen. In het algemeen moet men zeer voorzichtig zijn, of het nu om nieuwe of om oude, vaak goedkope bouwmaterialen gaat. Men moet altijd de documenten die eigendom bewijzen opvragen en bewaren, maar ook alle andere rekeningen en documenten zorgvuldig bewaren.

Voordat de eerste levering van materialen aankomt, moeten nog veel zaken op het terrein worden geregeld. Als het terrein nog niet is omheind, moet na afstemming van de grenzen met de buren en met de officiële gegevens een omheining worden geplaatst. De omheining aan de straatzijde en de rechter zij- en rechter helft van de achterste omheining, dit alles gezien vanaf de straat, moeten wij uitvoeren. De linker zijomheining en de linker helft van de achterste omheining behoren toe aan de linker, respectievelijk achterste buur. Door officiële documenten over de omheiningen te verkrijgen, vermijden we eventuele latere ruzies en misschien zelfs rechtszaken. In de richting van het transport van bouwmateriaal is het aan te raden alleen een tijdelijke en verplaatsbare omheining te maken.
Een fundamentele voorwaarde voor bouwen is de aanwezigheid van water ter plaatse, omdat het transport van water duur en omslachtig is. Als wij een put hebben geboord en het water is zwavelhoudend, bitter, zout of stinkend, moet men de hulp inroepen van een specialist voor het boren van een geschikte (diepe) put of voor de neutralisatie van het water. Agressief of vuil water kan bij de bouw niet worden gebruikt, omdat het na korte tijd beton of mortel zal beschadigen. Ook moet een kuil voor kalk worden gegraven, zodat deze het transport niet hindert en voldoende ver van de toekomstige muren ligt. De afmetingen van de kuil kunnen 3 x 2 m zijn, en de diepte 1,5 m.
Er is ook een gebouw nodig voor de opslag van materialen, gereedschap en om je om te kleden. Voor dit doel moet een tijdelijke hut worden gebouwd met een grondvlak van 3 x 3m, van hout, riet of baksteen, met afsluitmogelijkheid. Maar het is veel beter om vooraf een van de bijgebouwen op te richten, bijvoorbeeld een brandstofschuur, waarvoor we ook een bouwvergunning hebben, en die te gebruiken voor opslag. We mogen ook de bouw van een toilet op een plaats ver van het water niet vergeten. Nadat het gereedschap en de hulpmaterialen (timmermansklemmen, touwen enz.) zijn aangevoerd, kunnen we beginnen met de organisatie van de aanvoer van bouwmateriaal.
De vrachtwagen moet zodanig worden gehuurd dat hij volledig benut wordt. Voor losse materialen moet men kippers aanvragen. Goedkope, maar niet toegestane transporten moeten we vermijden. Het aangevoerde materiaal moet in de omgeving van het toekomstige gebouw worden opgeslagen, zodat het het verdere transport niet hindert, omdat we op die manier onnodig verplaatsen vermijden. Cement moet onder een dak of afgedekt worden opgeslagen, bakstenen opgestapeld in verband, zonder gevaar voor letsel, zand en grind afgezet met bakstenen (tegen uitwaaien). Het blussen van kalk laat men het best over aan een vakman.
Hierna kunnen we de bouwplaats „uitzetten”. Dit zal worden uitgevoerd door de uitvoerende vakman. Hij zal de exacte ligging van het gebouw op het terrein bepalen, de positie van de hoeken en de hoogtegegevens. Op de plaats waar het gebouw zal worden opgericht moeten onkruid en humus worden verwijderd (voor eventueel later gebruik). Het bouwterrein moet vlak zijn, zodat de vakman met een koord de ligging van de fundering kan bepalen. De breedte van de sleuven voor de funderingen wordt met paaltjes uitgezet. We kunnen onder toezicht van de vakman ook bij deze werkzaamheden helpen, maar het graven van de sleuven is volledig ons werk. Op losse grond zijn stutten nodig, en op vaste bodem moeten we de sleuven exact volgens de gegeven afmetingen maken, door de zijwanden weg te hakken. Laten we de uitgegraven grond proberen ter plaatse te egaliseren, 1-2 m van de sleuf, maar meestal is afvoer nodig. Het transport van de grond kan het best worden geregeld als retourtransport van de vrachtwagen die bouwmateriaal aanvoert. Na het graven van de sleuven verdient het de voorkeur onmiddellijk met de uitvoering van de fundering te beginnen (zodat de regen de sleuven niet beschadigt) (afb. 2).

AFBEELDING 2
Bouw
De funderingsdiepte moet in elk geval ten minste 30 cm onder het maaiveld liggen, onder de vorstgrens. De snelste en tegelijk economischste fundering is de zogenaamde »zwevende steen«, die we op basis van de instructies van de vakman zelf kunnen maken. Een fundering van baksteen is zeer duur en kan alleen door een specialist worden gebouwd. Op heuvelachtige plaatsen is een met steen gemetselde fundering het meest geschikt. Na het maken van de fundering van de buitenste dragende wanden, moeten de funderingen van de middelste en scheidingswanden worden uitgevoerd.
Op basis van het voorgaande hebben wij door zorgvuldig werk reeds de nodige funderingen aangelegd. Voor een goede isolatie zal de vakman twee lagen bitumineuze isolatieplaten 150 aanbrengen en drie lagen warme bitumen zullen de volledige afsluiting verzekeren. Er moet ook op worden gelet dat de isolatie 3–10 cm breder is dan de muur en dat bij de aansluitingen minimaal 15 cm overlap aanwezig is. De horizontale isolatie van de dragende muren moet overal aansluiten op de horizontale isolaties van de middelste muren en de isolaties onder de vloer. Velen verwaarlozen een zorgvuldige isolatie, maar isolatie is een van de basisvoorwaarden voor de bruikbaarheid van het gebouw (afb. 3)

AFBEELDING 3
Het begin van de buitenste hoofdwanden, binnenste hoofdwanden en scheidingswanden moet zich minstens 30, en nog beter 40 cm, boven het niveau van het omliggende terrein bevinden in de buurt van het geplande vloerniveau. De vakman, die de organisatie van de werkzaamheden en de zogenaamde precisiewerkzaamheden uitvoert, kunnen wij bij het metselen veel helpen. Daarom is het raadzaam het metselwerk, een van de arbeidsintensieve handelingen, goed voor te bereiden en het verloop ervan gedetailleerd en zorgvuldig uit te werken.
Ongeacht welk materiaal we voor metselwerk gebruiken, bakstenen, holle stenen, blokken, vorstbestendige breuksteen of bewerkte natuursteen, de volgende gouden regels gelden voor ieder metselwerk.
- Laten we niet streven naar het zelf allemaal te doen! Een goede metselkwaliteit kan alleen worden gewaarborgd door vakbekwaam personeel. Als we het metselvak niet hebben geleerd, helpen we dan liever mee met het aangeven van stenen, met het toevoegen, mengen en aanvoeren van mortel, met het verplaatsen van steigers enz. (afb. 4).

AFBEELDING 4
- De benodigde dragende muurdikte wordt reeds bij het ontwerp door de vakman bepaald. De benodigde dikte voor thermische isolatie hangt af van het wandmateriaal en de minimale waarde van deze grootheid is, in overeenstemming met de draagkracht, bij wet geregeld. We mogen niet koste wat kost besparen op de muurdikte, omdat we later hogere verwarmingskosten zullen hebben; bovendien kunnen op dunne muren condensaties van waterdamp ontstaan, wat schadelijk is voor de gezondheid en verfwerk en meubilair aantast. Voor onze temperatuursomstandigheden zijn bakstenen muren met een breedte van 38 cm (zonder pleister) wenselijk. Muren van steen moeten minstens 50 cm breed zijn (reeds vanwege de draagkracht). Er bestaan ook verschillende andere muurcombinaties, waarvan de bekendste de combinatie is van in de lengte geplaatste holle stenen en op hun kant geplaatste kleinere stenen. De dikte van deze muren is 33 cm, maar dit vereist een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. Een goede muur staat volledig loodrecht en de afzonderlijke elementen daarin zijn in verband aangebracht. Bij bakstenen muren moet bijzonder aandacht worden besteed aan het feit dat de steenlagen gelijkmatig en horizontaal worden aangebracht. Om de afmetingen tijdens het metselen te behouden, moeten balken, latten, touwen en een schietlood worden gebruikt, en de juistheid van het metselwerk moet vaak worden gecontroleerd (ten minste na 2-3 lagen).
3. De horizontale en verticale voegen (bij schuin gesteente) moeten ongeveer 1 cm bedragen en deze voegen moeten goed met mortel worden gevuld. De kwaliteit van de mortel wordt door een specialist bepaald; gewoonlijk wordt mortel van de klasse H4 of H6 gebruikt. Voor het metselen van kolommen en schoorstenen is met cement versterkte mortel nodig. De mortel moet zeer zorgvuldig worden gemengd, zodat er geen klonten zand en kalk in zitten. Voor het mengen van mortel moeten gerijpte kalk en zand zonder klei, slib en onzuiverheden worden gebruikt.
4. Bij het metselen zijn boven een hoogte van ongeveer 1 m al steigers nodig. Steigers mogen alleen worden gemaakt door daarvoor gekwalificeerde werknemers, of worden opgesteld volgens de instructies van de vakman, en het steigerhout moet volledig in orde zijn met een passende vloer. Op de steigers moeten toegangsplanken met latten tegen uitglijden worden aangebracht. De mortelkuip moet zodanig worden gevuld dat tijdens het transport geen morsen optreedt. Aangezien bij metselwerk een grotere hoeveelheid mortel wordt verbruikt, moeten voor elke metselaar twee kuipen worden voorbereid.

- We mogen geen wanorde op de bouwplaats toestaan! Tijdens en na afloop van het werk moeten de steigers worden schoongemaakt zodat de mortel op de vloer niet aanbrandt. Ook de mortelbakken moeten worden schoongemaakt en er mag slechts zoveel mortel worden aangemaakt als die dag zal worden gebruikt. Gevallen stenen moeten worden opgeraapt en het terrein moet van afval worden ontdaan om de transportwegen vrij te maken. De stenen moeten worden aangevoerd en neergelegd zodat ze voor de metselaar binnen handbereik zijn, met inachtneming dat de stapel niet instort en niet omvalt.
6. De prestatie van één metselaar is het verwerken van 800-1000 stenen in acht uur. Als het werk zo wordt georganiseerd dat één werknemer de mortel aanbrengt, een ander de stenen aanreikt, een derde (de vakman) plaatst respectievelijk metselt, en de overigen (familieleden) het materiaal aanvoeren, is het mogelijk om in acht uur ook 7000 stenen te verwerken. Op deze manier kunnen de dragende muren van een gezinswoning in 4–5 dagen worden voltooid. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de correcte uitvoering van de muurvoegen, de hoeken, de omlijstingen van openingen en aan hun zorgvuldige uitlijning en het aanbrengen van de verbanden.
7. De dikte van scheidingswanden kan 6, 10, 12 en 25 cm bedragen (afhankelijk van de eisen van de constructie en de indeling). De uitvoering van scheidingswanden moet door een vakman gebeuren, omdat deze wanden in de sleuven van de hoofdwanden moeten worden opgenomen, en scheidingswanden van blokken bovendien van verstevigingen moeten worden voorzien. Let erop dat de dikte van blokwanden in »natte« ruimten (badkamer, keuken) ten minste 10 cm bedraagt, omdat later, bij het maken van de benodigde sleuven, wanden van 6 cm beschadigd raken.
8. En ten slotte nog enkele woorden over de bescherming van de gezondheid van de deelnemers aan de bouw van een eengezinswoning. Op de werkplek moet gelegenheid worden geboden om zich te wassen, een kleine ruimte voor het opslaan en drogen van bezwete werkkleding, zonnebrandolie (om te bruinen) en een vette crème voor huidverzorging. Door schuren en door mortel aangetaste handen moeten zorgvuldig worden gewassen, wonden moeten worden gedesinfecteerd en blaren moeten worden ingesmeerd. Tegen overmatige blootstelling aan de zon – vooral voor degenen die niet gewend zijn aan zwaar lichamelijk werk – moeten zonnebrandolie, een hoed met brede rand en lichte kleding worden gebruikt. Kinderen moeten uit de buurt van de bouwplaats en van de kuil voor het blussen van kalk worden gehouden. Dergelijke, voor spel aantrekkelijke plaatsen moeten worden omheind en ingericht.
Als klassiek bouwmateriaal is baksteen zeer belangrijk, daarom hebben we twee afbeeldingen aan dit materiaal gewijd om de eigenschappen ervan, respectievelijk de »gebruiksnormen« weer te geven (afb. 5 en afb. 6).

AFBEELDING 5
De getallen in de kleine vakjes tonen hoeveel stenen nodig zijn voor 1 m2 metselwerk van verschillende dikte uit bakstenen van verschillende afmetingen. Wie zelf bouwt, kan gemakkelijk de oppervlakken van de wanden van de geplande ruimtes berekenen. De berekening van het volume van wanden is al ingewikkelder en juist daarom hebben wij de verhouding tussen het aantal stenen en het wandoppervlak opgegeven (uitzonderlijk hebben wij het benodigde aantal stenen opgegeven voor een zuil met een hoogte van 1 m).
Bij het bepalen van deze gegevens hebben we ook rekening gehouden met de ruimte die de mortel inneemt, en waar het aantal stuks voor 1 m2 geen geheel getal was, hebben we naar boven afgerond.

AFBEELDING 6
Wij vestigen de aandacht van bouwers erop dat het vereiste aantal stenen in de hoeken voor de onderlinge verbandlegging van de muren ontbreekt als wij de berekening uitvoeren op basis van de binnenoppervlakken. Daarom moet de lengte van één muur in het geheel worden vergroot met de waarde van de muurdikte. In rijen opgestapelde stenen vormen slechts een hoop materiaal; pas door verband met mortel wordt het een muur. Mortel is een mengsel van gebluste kalk, zand, water en cement met de dikte van room.
Toepassing van verschillende soorten mortel
Mortel type H4 - voor licht belaste muren.
Mortel type H6 - voor minder zwaar belaste funderingen van baksteen en natuursteen, voor schoorstenen, voor scheidingswanden en voor gewelven.
Mortel type H10 - voor dragende muren met een dikte van 25 cm en minder en voor kolommen met een kleinere basis dan 0,1 m2
Mortel type H25 - voor de dragende muren van kelderruimten van gebouwen.
Mortel aanduiding H50 - voor bakstenen kolommen met versterking voor het geval van »agressief« grondwater.
Mortel type Н80 - voor het geval van »agressief« grondwater.
Mortel type H90 - voor het geval van zeer »agressieve« wateren.
Naast deze aspecten zijn natuurlijk de eisen met betrekking tot de sterkte bepalend.
Samenstelling van de afzonderlijke mortelsoorten
H10: 1,00 m3 zand, 250 kg cement van merk 300 of 0,25 m3 kalk
200 kg cement van merk 400
Н25: 1,00 m3 zand, 350 kg cement van kwaliteit 300 of 0,10 m3 kalk
300 kg cement van merk 400
H4: 1,00 m3 zand 0,25 m3 kalk
H4f/100h: 1,00 m3 zand 100 kg cem. merk 300 0,25 m3 kalk
H4f/75n: 1,00 m3 zand 75 kg cem. van klasse 400 0,25 m3 kalk
H4f/50 o: 1,00 m3 zand 50 kg cem. merk 500 0,25 m3 kalk
Н6: 1,00 m3 zand 175 kg cem. kwaliteit 300 of 0,25 m3 kalk
150 kg kg cem. merk 400
VP/100h: 1,00 m3 zand 100 kg cem. merk 300 0,33 m3 kalk
а/250 h: 1,00 m3 zand 250 kg cem. merk 300 —–
o/225n: 1,00 m3 zand 225 kg cem. merk 400 —–
Kalk met klonten of slecht gemengd en van slechte kwaliteit gebluste kalk zal kraters op de muur veroorzaken in de vorm van korrelsporen.
Enkele soorten beton
Het is goed de kenmerken en enkele soorten beton te kennen, met de opmerking dat de sterkte van het belangrijkste bindmiddel, cement, toeneemt met het stijgen van de cijfers (200, 300, 400, 500). De aanduiding van beton van B50 tot В500 geeft daarentegen zijn druksterkte aan. Hier volgen enkele soorten voor het »assortiment«:
В - 50: 1,20 m3 grind 150 kg cement van het merk 300 of 110 kg cement van het merk 400
B - 70: 1,20 m3 grind 190 kg cement van kwaliteit 300 of 150 kg cement van kwaliteit 400
B - 100: 1,20 m3 grind 250 kg cement van type 300 of 200 kg cement van type 400
В - 140: 1,20 m3 grind 270 kg cement van het merk 300 of 250 kg cement van het merk 400
B - 200: 1,30 m3 grint 278 kg cement van merk 500
Als we stenen en mortel inmiddels beter hebben leren kennen, merken we ook op dat de manier van metselen waarbij de stenen met de lengte in de richting van de muur worden geplaatst, de langslagerlaag wordt genoemd (afb. 7, 1 deel). Er is ook de koplaag (afb. 7, 3. deel) en de zogeheten strekkenlaag (afb. 7, 4. deel) in de enkelrijige variant.
Steenen kunnen in de lengterichting en in de dwarsrichting doormidden worden gehakt, maar vaak zijn stukken van 1/4 en 3/4-delen nodig. Hiermee worden pijlers gevormd. Het is zeer belangrijk dat de bovenste laag stenen ten opzichte van de laag eronder met een halve steenverspringing wordt geplaatst. Deze verbinding waarborgt de sterkte van de muur. Belangrijk is ook dat de mortel niet alleen tussen de afzonderlijke lagen aanwezig is, maar ook tussen de afzonderlijke stenen in de laag in de zijrichting (afb. 7, onderste deel).

AFBEELDING 7
Op de afgewerkte lagen moet met een troffel een gelijkmatige en vrij vloeibare laag mortel van ongeveer 1 cm dik worden aangebracht; op deze laag worden de stenen geplaatst (3), en op de uiteinden van de stenen moet eveneens mortel worden aangebracht (2). De geplaatste stenen moeten eerst met slagen van bovenaf op hun plaats worden gebracht (4), en daarna ook van opzij (5), tegen het met mortel niet ingesmeerde kopvlak. De vrij vloeibare mortel zal ook in de verticale voegen vloeien en zo wordt een goede hechting bereikt.
Voor het halveren van stenen is het handig de lengte op de steel van de hamer af te tekenen, zodat we zo gemakkelijk de plaats voor het snijden van een halve of kwartsteen kunnen markeren. Op de snijplaats moet aan beide zijden van de steen een diepere lijn worden getrokken en door op het middendeel dat men wil afbreken te slaan, breekt de steen. Bij deze handeling moet de steen in de linkerhand worden gehouden.
Voor het stuken is nog meer ervaring nodig dan voor het snijden van bakstenen. Het in één beweging van de troffel op de muur laten glijden, leert iemand die zich slechts zelden met het metsersvak bezighoudt moeilijk. Daarom is het beter de mortel op een grotere spaan te leggen en vervolgens, beginnend aan de onderkant van de muur - terwijl men de spaan horizontaal en onder een hoek van ongeveer 20° ten opzichte van de muur houdt - door lichte druk de mortel op het oppervlak aan te brengen (afbeelding 8).

AFBEELDING 8